
Wet scheepsuitrusting
Artikel 21
1
Ten behoeve van de beproeving van uitrusting in bedrijf aan boord van een Nederlands schip kan Onze Minister voor uitrusting waarvoor geen procedure van overeenstemmingsbeoordeling is gevolgd, een certificaat ten behoeve van beproeving afgeven.
2
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de toepassing van het eerste lid en de voor de afgifte van een certificaat van beproeving verschuldigde vergoeding.
3
Aan het gebruik van uitrusting waarvoor een certificaat ten behoeve van beproeving is afgegeven, kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. Deze beperkingen en voorschriften worden in het certificaat vermeld.
4
Onze Minister bepaalt de geldigheidsduur van het certificaat. De geldigheidsduur is niet langer dan voor een goede beproeving van de uitrusting redelijkerwijs nodig is.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.